‘Hallo, ik kom jullie helpen.’
‘Oké. Welkom.’
‘Wat kan ik doen?’
‘Op dit moment niks eigenlijk.’
‘Hoezo niks? Jullie zitten toch altijd te springen om vrijwilligers?’
‘De rest van het jaar wel, ja. Maar met kerst wil iedereen helpen. Zie je al die mensen daar koken en serveren? Allemaal eenmalige vrijwilligers. De rest van het jaar zien we ze niet, maar veel van hen zien we elke kerst. Ze maken een selfie van hun goede daad en verdwijnen weer een jaar.’
‘Dus ik kan nu niks doen? Ik wilde deze kerst een maaltijd serveren aan een minder bedeelde.’
‘U kunt wel iets doen. Ga naar huis, wacht een week of twee, en kom ons dan helpen. Het liefst elke week.’


Ik lees eigen ervaring in dit stukje, en als dat niet klopt heb je goed geschreven alsof 😉 Ook een merkbaar verschil in toon tussen de twee sprekers.
Dank je Hekate, da’s leuk om te lezen, want ik heb het gewoon verzonnen 🙂