Johan pakt een bord en de afwasborstel. De thermoskan staat in de weg. Hij stoot er, als hij een bord ter linkerhand neemt, tegenaan. Hij schuift de kan opzij, voorzichtig onderaan, zodat die niet omvalt.
Maar bij de volgende handeling stoot hij weer tegen de kan aan, het bord nog in de hand. Dat wekt zijn irritatie. Met meer drift dan eerder schuift hij de kan nog verder naar links, weer onderaan, duwt er ook iets mee weg. Terwijl de kan staan blijft valt er iets anders, op de grond.
Als hij kijkt ziet hij met de schok van herkenning een roze scherf liggen naast het gebittenbakje en het bovendeel van het gebit.
Gelukkig: het andere, het ondergebit, blijkt onbeschadigd.


Recente reacties