Ze schuifelde van de kast naar de eettafel, met een rond rieten ding. ‘Ik weet het niet meer.’
‘Kom maar mam, dan kunnen we thee drinken. Ik heb net een pot gezet en ik heb Arnhemse meisjes meegenomen. Dat zijn de enige meisjes die je kunt eten. Je hebt het goede ding gepakt hoor.’
‘Wat is het dan, ik weet het niet meer.’
Duizenden keren had ze er een theepot op gezet, maar nu was ze het woord kwijt. ‘Het is een onderzetter mam, daar kun je iets warms opzetten.’
Met trillende handen trok ze een sigaret uit een pakje. De as viel weer op het Perzische kleed. Ik zag de vele brandgaten. Kon ik daar maar iets aan doen.


Alzheimer, zo verdrietig.
mooi geschreven, maar zo triest!
Triest …
Verdrietig maar sterk stukje…
Mooie 120 woorden over een intens verdrietige ziekte.
Ik heb zelf geen ervaring met dementerende mensen maar dit heb je mooi geschreven, vooral de onmacht die je toont met je laatste zin!
Meesterlijk beschreven, met veel gevoel.
Vooral de eerste zin is mooi!
Wat heb je dit mooi geschreven, José. In alle soberheid raakt je stukje. <3
dank voor jullie reacties!