Niemand had het zien aankomen, ook zij niet. Ze vormden het ideale stel. Hij, knappe kerel, donker haar, glanzende carrière. Zij, lange blonde haren, altijd vrolijk en perfect gekleed.
Deze ravage had al helemaal niemand verwacht: serviesgoed in stukken op de grond, huisraad door de kamer gesmeten. Overal lag de zwarte aarde van de grote kamerplant, die ooit uitstekend paste in het strakke design meubilair.
En toch gebeurde het op die stralende lentedag. Een dag die volmaakt had kunnen eindigen, als de man niet op het idee was gekomen een andere route naar huis te nemen. Hij zou haar, een vrouw die nog beter paste bij het interieur, niet zijn tegengekomen. Dat laatste viel natuurlijk thuis niet in goede aarde.


Beste Nel,
’t Stukje loopt lekker, tot de laatste zin, de laatste 3 woorden.
“Dat geeft rommel” neigt naar germanisme, naar ” Das gibt’s nur einmal.
“”t geeft ” wordt- naar mijn idee- alleen aanvaard, bij ”t geeft geen pas’.
Toch; hartje d’r bij.
Met vriendelijke groet,
Chris
Dank je wel voor je feedback, Chris!
Ik ga nog eens goed nadenken over de slotzin, ben er zelf ook niet tevreden mee. Ik wilde terugverwijzen maar de rotzooi in de tweede alinea. Een goede pointe aan het eind vind ik best een uitdaging.
Leuk geschreven! maar mis je hier niet iets: “Hij zou haar, een vrouw “[die] nog beter paste…”
Dat klopt @bartsnel. Ik heb het aangepast. Dank je wel!
Leuk gedaan, Nel! <3
Dank je Leonardo.
Een man die een vrouw zoekt bij het interieur, dan vraag je om een modderbad!
Duidelijk beschreven hoe perfectie kan worden ontrafeld.
Je hebt de toonzetting goed samengevat @Levja!