De spelers zitten om tafel, gewapend met cognac en sigaretten. In hun handen met afgekloven nagels houden ze het spel kaarten. De inzet is groot.
“Ik pas,” zegt Dikke Theo.
“Ik ga mee,” zegt Ollie-met-de-Neus. Nerveus pulkt hij aan zijn neus. Een slag, een overwinningsklap op tafel. Hij heeft de buit binnen.
“Revanche,” eist Zwarte Neel. Zij trekt aan haar sigaret, de kamer staat al blauw. Rinkelend rollen haar munten op tafel.
“Ik verdubbel,” zegt Ploertensmid. Zweet parelt op zijn voorhoofd.
Dikke Theo kijkt in zijn kaarten. Naar het stapeltje duiten op de tafel. “Ik pas,” zegt hij.
Ollie speelt, maar faalt. Neel wint de pot. Grijnzend schraapt zij het geld bijeen.
“Ik vind het een stom spel,” mort Theo.


Recente reacties