‘Sigaretten rook je door verslaving. Een sigaar omdat je ervan geniet.’
De man ziet er onberispelijk uit: geen brandgaatje, neus- of oorhaartje te bekennen. Slechts zijn Old Spice ademt oudheid uit.
‘Ik ga naar het Rokin,’ zegt hij met weemoedige ogen. ‘Daar bewaren ze in de klimaatkamer mijn sigaren. Tweehonderd jaar bestaat hofleverancier Hajenius. Binnen mag je niet meer roken van de betuttelende overheid, dus ben ik weer snel weg, want op straat tussen de vapende en blowende toeristen de accijns uitblazen is niet relaxed. Van Saar mocht ik alleen in de tuin roken: “Je morst as op het tapijt.” Verleden week heb ik haar urn opgehaald en zonder op het tapijt te morsen de as in de tuin uitgestrooid.’


Mijn oom Max ging altijd naar Hajenius.
Hij noemde‘De Heerenkamer.
Bestaat het nog steeds? Volgens mij Art Deco.
Levja. Ja, het bestaat nog steeds. 200 jaar. Inderdaad beroemd om het interieur: art deco.
Han, ik overweeg om het te bezoeken binnenkort.
Om mijn oom Max te gedenken. Hij was zo’n karakter.
Voor mij was hij een heel grote man met altijd een leren jas aan. Hij nam mij veel mee naar Amsterdam toen ik zes was. En vertelde dan verhalen. Had ik ze maar kunnen opschrijven.
Inderdaad is art deco niet met hoofdletters. Ik vind het zo’n prachtige stijl dat ik het alleen zo kon schrijven. Puur op gevoel. Taaltechnisch niet juist.