Het zonlicht door het zolderraam doet de stoflaag op de gescheurde skaileren poef uit de jaren 60 glinsteren. Met zijn hand veegt hij het eraf en gaat zitten: hij moet opruimen. In de hoek een stapel paranormale lectuur, die elk moment kan omvallen.
Toen zijn moeders vooruitzicht niet verder reikte dan zicht op het tuimelraam van de hospice, fluisterde ze hem met alle kracht van haar laatste adem toe: ‘Brief op zolder,’ waarbij ze met haar vleesarme hand een beweging maakte alsof ze iets openmaakte. ‘Geloof je vrouw niet, engel van de hel.’
Hij staat op, geeft de poef een trap, de stapel paranormale lectuur valt om, erachter ligt een kistje met halfopen deksel. Bovenop een vergeelde envelop zonder postzegel…


Recente reacties