“Dat vind ik nou een mooi werk. Die vrouw lijkt wel wat op jou,” zei hij en wees een gekleurde lithografie aan.
Ze draaide zich boos naar hem.
“Lijk ik op een boerentrien op een ezel gezeten?”
“Kijk naar de elegantie, dat is geen boerentrien. Het is vast een bloemenverkoopster op weg naar de markt.”
“Ze kijkt zuur.”
“Nee, ze is ernstig, dat is niet hetzelfde. Vermoedelijk heeft ze het geld van de bloemenverkoop hard nodig, misschien om de medicijnen van haar zieke vader te bekostigen.”
“Dat verzin je.”
“Nee, ik heb dat verhaaltje eens gelezen. Een oudere man die tegen zijn ezel babbelde… erg teder.”
“Dat geloof ik.”
“Zullen we er een bod op doen? Het blijft een veiling.”


Grappig. Dan zit je vrouw straks op de bank en hangt ze ook nog boven je hoofd. Ik zou toch nog even heroverwegen.