Ik herinner mij die vrijdagmiddag waarop ik de vrouw met de mooiste kuiten ter wereld zag lopen in de supermarkt.
Kuiten zijn vrijwel altijd lelijk: te gespierd, plat, scheef of anderszins imperfect. Maar deze kuiten waren van een adembenemende sierlijkheid.
Alle klanten bleven gebiologeerd staren naar die perfecte kuiten. Een bezoek van de goden van de Olympus had niet meer indruk kunnen maken op ons gewone stervelingen.
Na het afrekenen liep ze met perfect afgemeten stappen naar buiten, om in het niets te verdwijnen.
Ik heb daarna nog vier weken lang tevergeefs in een slaapzak voor de supermarkt gelegen, hopend op een herhaling van het wonder.
Maar niemand heeft ooit meer iets van deze Nefertiti vernomen.
Eli, Eli, lama sabachtani…

Over esthetiek gesproken …Mag ik dit smakeloos vinden?
@Levja. Waarom zou ik moeten bepalen wie iets wel of niet smakeloos mag vinden of niet?
Ga gerust je gang. Het valt echter niet geheel uit te sluiten dat er ook lezers zijn die de ironische onderlaag van dit stuk wel aanvoelen en mogelijk kunnen waarderen.
Mijn zegen, mijn beste Cesar.
@Cesar: niet onsmakelijk, wel wat wonderlijk, die laatste zin. Van wie waren die kuiten nou?
@Lisette. Fijn om deze reactie te krijgen, die niet vanuit verbittering is ingegeven, zoals anno nu vaak de gewoonte is op 120w.
De laatste zin geeft mijn gemoedstoestand weer vanwege het hopen op maar uitblijven van weer zo’n unieke existentiële ervaring in de supermarkt.
De kunstenaar Salvador Dalí riep ooit het treinstation van Perpignan uit tot het centrum van het heelal, na een ‘kosmogonische extase’ zoals hij het noemde en die te vergelijken is met de ervaring die ik dus in de supermarkt had. Zie ook het kunstwerk ‘La gare de Perpignan’ voor een indruk van zo’n belevenis.
Die kuiten waren van een eigentijdse dan wel gereïncarneerde Nefertiti.