We zaten op een doorgezakt bankje, tussen natte bladeren en een kring paddenstoelen.
‘Te veel rood,’ zei ze.
‘Diversiteit,’ zei ik. ‘Een bos zonder rood is saai.’
‘Maar ze verdringen de rest.’
‘Dat heet groei.’
Het oude eekhoorntjesbrood kuchte: ‘Iedereen wil licht, niemand schaduw.’
Een dunne mycena knikte: ‘En toch wortelen we samen.’
Ze zuchtte. ‘Misschien moeten we snoeien, voor de balans.’
‘Of bijmesten,’ zei ik. ‘Groei voor iedereen.’
‘Tot er niets meer overblijft,’ fluisterde ze.
De regen tikte als applaus.
Een porseleinzwam sprak namens de ondergrond: ‘Wij stemmen al eeuwen niet meer.’
Ik keek naar haar, zij naar het bos.
‘En toch,’ zei ik, ‘komt er weer verkiezing.’
‘Voor wie?’ vroeg ze.
‘Voor de schimmel die het hardst groeit.’


@Arjan. Fraai verweven dubbele laag.
Heel fraai, Arjan. Het zou een fabel, sage of sprookje kunnen zijn en het benadert zeer de werkelijkheid.