‘Zou Nel wat doorhebben, denk je?’
‘Uh… Hoezo, Piet?’
‘Ik moest wel heel hard huilen.’
‘Dat is toch normaal bij een begrafenis?’
‘Van je schoonzuster? Ik ga een sigaretje roken. Aan jou heb ik toch niets.’
‘Waarom heb jij nooit wat gezegd?’
‘Wat, Nel?’
‘Ik ben toch niet op mijn achterhoofd gevallen? – nota bene mijn eigen zuster. En jij houdt je mond al die jaren.’
‘Dan had je met Piet moeten praten. En je zuster.’
‘Dat gaat nu wat moeilijk. Maar als ik jou ook niet meer kan vertrouwen…’
‘Het zijn mijn zaken niet en…’
‘Waar is Piet eigenlijk gebleven?’
‘Buiten. Roken.’
‘Ik ga maar naar hem toe, hij zal het wel moeilijk hebben. Aan jou heb ik toch niets.’


Recente reacties