Dank u voor de woorden
waarmee ik delen mag.
Veelal vanuit een overvloed
en soms tot op het bot.
Dank u voor de letters
waarmee ik lieven kan.
Vaak vanuit mijn hart,
anders met het hoofd.
Dank u voor de zinnen
waarmee ik verhalen durf.
Liefst vanuit mooi en waar
of ik verzin maar wat.
Nu ik u toch aan ’t spreken ben
wil ik naast het danken ook wat zeggen.
Vertellen over onmin, kanker en verdriet
vroeg of later aangedaan, het lukt me niet.
Nu sluip ik maar weer naar boven
open deuren van mijn rariteitenkabinet
en leg daar al mijn dwaze holle woorden
op het rijk gevulde schap in stapels.
Mijn altijd trouwe lezer heeft
geen postzegels nodig.


Mooi.
Ook bij jou staat zeker deelname aan de weekwedstrijd uit? Dat is ergens een vinkje. Zonde, Ik zie het ook nu pas.