‘Nee, meneer Cohen.’
‘Wat doet ie?’
‘Hij zit de hele dag te frunniken en te friemelen en trekt het tafelkleed van tafel.’
‘Hij is kleermaker geweest.’
‘Hoi opa, hoe is het ermee?’
‘Wie ben jij?’
‘Nathan.’
‘Nathan? Ik ben Nathan.’
‘Ik ben uw kleinzoon, van uw zoon Nathan.’
‘Een zoon? Kan niet, Rosa hebben ze meteen vergast.’
‘Van Sara, uw tweede vrouw…’
‘Sara…?
‘U kunt dat beter niet vertellen, hij is al zo in de war. We gaan zo muziek spelen, dan komen sommige herinneringen vaak terug. Soms zingt hij zelfs mee. Dat is zo mooi. Blijft u luisteren?’
‘Wat heb je aan mooie muziek als alles wat weg is nooit meer terugkomt? Verlos hem toch van al dat moois!’


Recente reacties