‘Haha.’
‘Leuk boek?’
‘Nee, die Jort Kelder.’
‘Jort Kelder…?’
‘Weet je nog, mijn broek met bretels in de bioscoop?’
‘Die was veel wijder dan de broek van Jort Kelder.’
‘Ja, anders had je nog niets aan bioscoopzakken.’
Hij friemelt wat aan de omslag van het laken, frunnikt aan de oude deken, kijkt naar het plafond en terug op een vergeelde gouden celluloid-tijd met sigarettenreclames en chocoladerepen, ingehaald door een te scherpe selfietijd.
Op het plein brandden de lichtjes en speelde een bandje. Maar in de kelder van haar ouders was het intiem donker.
‘Waar denk je aan, Jongen?’
‘Hè? O, ik was even ver weg…’
‘Wat ben je nu toch aan het friemelen?’
‘Zullen we het licht weer eens uitdoen?’


Recente reacties