Wat kan taal toch uitnodigend zijn. En niet alleen taal. Een fluitje kan je ook uitnodigen. Vanaf een steiger of trap bijvoorbeeld. Een attente glazenwasser of stoere bouwvakker die jou spontaan begroet vanuit kleine of grote hoogte. De toon en hoogte van de fluit bepaald voor wie de uitnodiging bedoeld is. Een hoge toon is voor de dames een lage toon voor de heren. Kortom seksespecifiek. Heerlijk woord, bekt goed. Maar welke toon moet er nu gefloten worden bij transgenders, non-binairen, genderneutralen? Lastig. Iets er tussenin misschien is mijn eerste gedachte. Maar geen fluitje van een cent. Het moet een waardig passend fluitje zijn. Klassiek misschien. Een mezzosopraan of contratenor. Een lokkend fluitje. Die een lach tovert, breed en genderneutraal.

Jouw mag hier zelfs zonder w.
‘Fietfieuw’ dus. Zeggen jongeren dat nog?
Zoals de oude zongen, piepen de jongen, nog steeds! 😉
Aangepast Luc. Thanx.
Welke toon had de fluit van die rattenvanger ook al weer? Daar doet me dit aan denken. Trouwens ik ben nog nooit vanaf een steiger nagefloten. Nu ik jouw stukje lees, voelt dit als een gemis.
Hypnotiserend was de fluit van de rattenvanger. En wat niet is kan nog komen.