‘Kijk eens, ik heb een oorkonde gekregen!’
‘Nou schat, heel bijzonder hoor, waarvoor en van wie heb je die precies gekregen dan?’
‘Ik heb hem ontvangen uit handen van niemand minder dan de directeur! Stel je voor, ik samen met de directeur in één ruimte!’
‘Nou fijn hoor, en wat was de aanleiding voor dat heugelijke feit?’
‘Wat dacht je van een dienstverband van twaalfeneenhalf jaar?’
‘Grandioos! Heb je ook een goed gevulde enveloppe of een aanzienlijke salarisverhoging gekregen?’
‘Nee, allebei niet, meer zat er niet in volgens de directeur. Hij was erg blij met me, hij zal toch niet liegen tegen me?’
‘Nee, ze hebben het beste met je voor, al heel lang trouwens.’
‘Fijn hè, zo’n toffe baas?’

Zelfs geen bedrijfskoffiekopje met twee oren speciaal gegraveerd of bestickerd? Of een aai over de bol. Geen bloemetje of flesje drank? Een hand. Slechts een hand. En die moet je nog teruggeven ook. Bah.
Klinkt als een verhaal van lang geleden (en dat hoop ik ook terwijl ik het hier schrijf!)
Het cynisme in de laatste zin is voelbaar, ik beeld me er een geruststellend klopje op de onderarm bij voor
Ik weet niet of dat dan wel zo’n toffe baas is…?
Met in het achterhoofd de stageplekken van bijvoorbeeld MBO-ers waar een uurloon van € 1,– praktijk is…
Dank Mien, Alice en Lousjekoesje.
@Luc: sneu verhaal, maar een stageplek van 12,5 jaar lijkt me wel erg lang.