Toen de (V6 handelsreiziger) de (h2 huis) van de (h11 bejaarde) (h9 harddrug)verslaafde betrad en deze op heterdaad (h8 verrast)e, was hij niet (v1 gretig) om zijn (v3 benodigdheden) vuil te maken.
“Niet (h3 groente)an. (h14 bevel) weg”, smeekte de ge(v2 drug)erde.
“O(h14 Bijbeldeel)snappen zal n(h7 een weinig) baten. We (h12 afbeelding)sen u onder arrest.”
Hij probeerde wat te (h1stoot)en en te (v2 oproerkraaier)eren, maar dat werd al vlug (h10 draaikolk)geslagen. De agent kende zijn st(h13 dun)l. “Wij (v4 slingerplant)n er geen doekjes om.
“Waar zijn je (h6 brandgang)wanten?”
Het bleef (v7 – geluidloos), tot de telefoon overging.
“Ver(h6 lichaamstreek) hem niet uit het oog. Ik was het bijna vergeten, er is een (h5 vergadering) die ik niet kon ver(h12 afbeelding)sen.


Hoewel ik van kruiswoordpuzzels houd, is dit te raadselachtig voor mij.
Ondernemer
Woning
Oude
Cocaïne
Betrapte
Bereid
Spullen
(1e zin)