‘Meneer, wilt u alstublieft die muts afzetten?’
‘Waarom, en wie bent u?’
‘De manager van deze supermarkt.’
‘Waarom zou ik dat doen?’
‘We weten graag wie u bent.’
‘Ja, dat zal best…’
‘Uw ogen zijn nauwelijks te zien.’
‘En die vrouw daar dan?’
‘Dat ligt nogal gevoelig…’
‘Voor mij ook.’
‘Hoezo?’
‘Kletskop.’
‘Pardon?’
‘Weet u niet wat een kletskop is?’
‘Ja, die liggen in het straatje bij de spritsen.’
‘Ik wil die muts wel afzetten, maar weet wel wat de gevolgen zijn. Mijn hele kop zit onder de zweren. Een zeer besmettelijke infectie. Als ik die muts afzet, zit uw intelligente zelfscan helemaal onder.’
‘Onder wat?’
‘Schilfers. Alsof een gezinspak chips is ontploft – waarom krabt u nu op uw hoofd?’


Oei.. het ongemak is voelbaar
Alice. Fijn dat je het voelt.