‘Hoi oop.’
‘Hé grote vriend me. Hoe was het op school?’
‘Gewoon. We hebben weer een project gekregen. Het heet “BIVEK”.’
‘O, waar gaat het over?’
‘Over, effe denken hoor, o ja, over biologisch verantwoord kweken.’
‘Dat doe ik. Op de volkstuin. Toen je klein was ging je wel eens mee, weet je nog?’
‘Hm… hoe doe je dat dan?’
‘Ik zet bepaalde gewassen bij elkaar. Dat helpt.’
‘Meester Luc zegt dat je nooit gif mag gebruiken.’
‘Vroeger gebruikte ik wel schimmelbestrijders, met een moeilijk woord “fungiciden”, maar daar ben ik mee gestopt.’
‘Dat ga ik mooi opschrijven.’
‘Dat ik ermee gestopt ben?’
‘Nee, dat moeilijke woord. Wat betekent het?’
‘Zwammendoders.’
‘Nou, mijn vader noemt jou soms een ouwe zwammer.’

Als de vader van Tijl maar geen zwammendoder is.
er mee gestopt – ermee gestopt
Dank Ewald.
Op de tuin, in de tuin…zwamt weer lekker weg, Willem.
Je bedoelt waarschijnlijk ‘op de volkstuin’, maar zo zeg je dat wel (meester) Luc.
Ik heb de titel aangepast in lijn van eerdere Theo&Tijl-stukjes.