Peter zat op zijn hurken verrukt naar de vijver te kijken.
‘Waar zit je naar te staren?’ vroeg zijn moeder.
‘Een gouden kikker.’
‘Vast wel. De tafel is al gedekt. Ga je handen wassen.’
Voordat Karsten de kraan opendraaide, rook hij aan zijn handen. Bah, wat vies.
‘Wat heb jij vandaag gedaan, jongen?’ vroeg zijn vader.
‘Een beetje gehengeld,’ lachte hij, terwijl hij naar de vissen op tafel wees.
‘Heb je die eetklaar uit het meer gehaald? Ik praatte zonet trouwens met de buurman en die vertelde dat hij vier koikarpers mist. Die beesten zijn hartstikke duur. Hij is des duivels.’
‘Misschien is hij straks wel weer blij,’ zei Karsten.
Beide ouders keken hem verbijsterd aan.
‘Jij?’ riepen ze tegelijk.

Leuk Tja.
🙂 grijns.
Een verrassend plot!