Op de hoek van een eenzame straat staat een meisje met bellenblaas. Met haar adem raakt zij het zeepsop aan dat ze van haar moeder heeft gekregen. Voor haar ogen ontstaat een nieuwe wereld, steeds groter en kleuriger. De grijze en natgeregende straten bestaan niet meer. De werkelijkheid is opgesloten in een zeepbel vol verlangen.
De wind neemt de zeepbel mee. Midden in de grauwe lucht wordt een sprookje zichtbaar, vol paars en blauw. In dit sprookje is het zomer en leeft haar vader nog. Hij is koning. Zij is een mooie prinses. Voor altijd. Haar wangen beginnen te gloeien. Dan verdwijnt de zeepbel en is de wereld weer werkelijk. Tot het moment waarop het meisje een nieuw sprookje blaast.


prachtig!
Schitterend.
Bedankt!