“Ladieda!”
“Ladiedo!”
Ik loop aan de hand van mijn vader. Dit is ons spel. Om beurten zeggen we hetzelfde woord, met een kleine variatie.
“Ladiedu!”
“Ladiedeu!”
Mijn vader durft te schreeuwen. Ik nog niet. Door het lef van mijn vader, durf ik ook meer. De straat is van ons. Van mij en die grote man naast me.
“Ladiedui!”
“Ladiedoe!”
Het wachten is op de volgende stap. Ik weet dat die gaat komen, maar nooit precies wanneer. Dat is zijn geheim. Wat hij gaat zeggen weet ik wel. Ik ken zijn naam.
“Ladiedau-au-au!!”
Een vrouw kijkt verschrikt om.
“Ja!”, roept hij met een verdraaide stem: “Niemand weet dat ik Repelsteeltje heet!”
Ik gloei van trots. Dit keer zag ik het aankomen.


Mooi, lief en ontroerend.
Lieve Ha, ik ben er stil van… Ontroerd. Dikke kus
prachtig. zoveel vertrouwen en geborgenheid. en lol. door een verrassend eind.