‘Ben ik nu gek, hier staan ze toch?’ zegt het in vaalblauw geklede meisje van de supermarkt.
‘Is dat een mandje?’ vraagt de man.
‘Neemt u mij in de maling, meneer?’
‘Zeker niet! Ik heb maar een paar boodschappen nodig…’
‘Die kunnen daar toch in?’
‘Mag ik misschien even uitpraten? Fijn! Als ik veel en vooral zware artikelen nodig heb dan pak ik een winkelwagentje; die sporen meestal niet, maar goed, ik doe niet moeilijk. Wat hier staat zijn noch mandjes noch winkelwagentjes. Ik ga toch niet met zo’n sleepding achter me aan lopen. Kom nou.’
‘Waarom niet?’
‘Je bent óf een mandje óf een winkelwagentje, en niet zo’n stom ding met een identiteitscrisis dat niet weet wat het is.’


Recente reacties