‘Een hobby moet je hebben, net zoals je werk.’
‘Wat doet u voor de kost?’
‘Ik ben schoenmaker.’
‘Bevalt dat?’
‘Ik kan niets anders, dus ik blijf bij mijn leest.’
‘En uw hobby’s?’
‘Eerst had ik een moestuin, maar bij het zaaien raakte ik al in paniek: zou ik wel goed hebben geschoffeld, gebruikte ik niet te veel zaad, of juist te weinig…?’
‘En de oogst?’
‘Schei uit. Een regelrechte ramp! Toen ben ik overgestapt op legpuzzels. Maar dat is meer voor in de winter: ochtendjas en pantoffeltjes aan, behaaglijk bij de warme kachel.’
‘Wat doet u met die tuinslang?’
‘Ik spuit een laagje water en daar zoek ik spijkers in.’
‘Vindt u die dan?’
‘Mijn vrouw vindt van wel.’


@Han. Zo te zien heeft de hobbyist het themawoord van de vorige week nog niet helemaal van zich afgeschud.
@Ewald. Een onverwerkt spijkerverleden.
@Han. Wie weet is er een lotgenotenpraatgroep.
Mooi spel met uitdrukkingen.
Ik heb gemerkt dat ik regelmatig stukjes met dialogen van je lees. Mag ik je uitnodigen tot een andere -vrij in te vullen- vorm?
@Louisa. Dank je. Dialogen doen een verhaaltje leven als het daarvoor geschikt is. Anders worden het vaak meer verslagen of schoolse opstellen.
Kijk naar mijn verhaaltjes van de afgelopen week bijvoorbeeld, en zie andere vormen.