Het is doodstil als we terugkeren van Kunta Kinteh Island (voorheen James Island) naar Juffure, gelegen aan rivier Gambia in the Gambia, the Smiling Coast. Op het eiland de resten van een fort en gevangenis waar in de 17e eeuw de slaven verzameld werden voor deportatie naar de beiden Amerika’s, Azië en Europa. Tussen 1650 en 1860 werden 10 tot 15 miljoen slaven verhandeld. Via brute veilingen en soms onderhands. Het slavernijmuseum in Albadarr toont ons stille getuigen van een wrede geschiedenis. Ook wij zwijgen bij alle verschrikkingen. Poster: ‘To be sold & let. By public auction at 11 o’Clock. On the 15th day of July 1820 under the trees for sale five slaves. Tobias, Hannibal, Joshua, Abraham, Eliza.’ Nooit meer!

Wat altijd onderbelicht is gebleven is wie de slaven aanbood. Was het een vijandelijke stam die slaven als oorlogsbuit zag of waren het de blanke mannen die op stroopjacht gingen? Ergens moet toch een bron van deze ellende zijn, maar ik ken geen duidelijke verhalen over wie de aanbieder was. Kennelijk ben ik ook niet de enige want ik hoor er verder niemand over.
@Luc. Er waren destijds inderdaad ook vijandelijke stammen die slaven aan de Europeanen aanboden, omdat ze wisten dat die slaven opkochten. Het systeem en verdienmodel van slaven van Afrika naar het Amerikaanse continent verschepen was in handen van Europeanen.
In de beginjaren van de kolonisatie gebruikten Spanjaarden en Portugezen, maar ook andere Europeanen, de lokale bevolking op het Amerikaanse continent als slaven (die noemden ze indianen), maar onder andere de Dominicaanse priester Bartolomé de las Casas had hier felle kritiek op. De toenmalige Paus heeft na felle aanklachten gezegd: ‘Haal maar slaven uit Sub-Saharaans Afrika, want die mensen hebben geen ziel en indianen wel.’ De rest is geschiedenis. Deze informatie staat uitgebreid in vele geschiedenisboeken.