Vandaag wordt mijn schedel opgemeten. De uitslag daarvan bepaalt of ik recht op leven heb of niet. Mensen vragen mij de laatste tijd of ik niet nerveus ben of in opstand wil komen of vluchten voor de haat waar ik nu mee geconfronteerd word. ‘Het enige antwoord op haat is niet-haten,’ is doorgaans mijn antwoord. Dat heb ik niet zelf bedacht; dat waren de woorden van Julius Spier. Zijn lichaam was overigens zijn beulen destijds te slim af, want toen ze hem kwamen halen ter deportatie, lag hij reeds opgebaard. Maar dat is een verhaal voor een andere gelegenheid.
In mijn rugzak heb ik altijd een mooi exemplaar van De uitvreter bij me, dus wat kan mij dan nog gebeuren?

Geen last van kopzorgen met Nescio op zak. Liever uitvreten dan aanvreten.