Tijdens een vroege lente-inspectietocht in zijn tuin (hij wenste zich immers te vergewissen van de gevolgen van zijn noeste arbeid van enkele weken eerder, te zeggen snoeien en rooien) bedacht de romancier Guillaume Chevalier het volgende vers:
“Van oudsher ent hout zich op elkaar
zoals ik me aan jou geef en kleef
niets rukt onze lichamen nog uit elkaar”.
Ontroerd door de pracht van zijn eigen woorden spoedde hij zich terug naar binnen om die woorden neer te pennen, voor een keer niet per se met zijn favoriete pen, maar met het eerste dat binnen handbereik was, in casu een potlood dat op het aanrecht lag, zo gehaast was hij.
Dat de rozenstruik schots en scheef stond, deerde hem niet.


Immmers, een m teveel…
Bedankt, Luc.