‘Neem maar geen paashazen mee, pa.’
‘Waarom niet, dat vinden ze toch leuk?’
‘Ik wil niet dat ze denken dat dieren om te eten zijn.’
‘Paaseieren dan?’
‘Wij eten ook geen eieren meer.’
‘Wat moet ik dan meenemen?’
‘Laat maar, het is al leuk dat je komt – praat met Wim maar niet over politiek.’
‘Over voetbal dan?’
‘Ja, maar niet over vrouwenvoetbal. Hij komt je om vier uur halen.’
‘Zo laat?’
‘Ja, dan hebben wij ook nog wat aan onze dag, na de paasbrunch met Wims ouders – o ja, je kunt niet roken.’
‘Ik ga wel weer de tuin in hoor.’
‘Nee, daar hebben de buren last van.’
‘Nou ja…’
‘Pá! Laten we alsjeblieft een beetje rekening met elkaar houden.’


Om naar uit te kijken, zulke Paasdagen…