Nog effen blijven liggen in het warme bed. Naast me staat iemand op. Ik luister naar zacht gestommel, een deur die opengaat, haar loop naar de badkamer. Tijd om op te staan. Ik open de gordijnen en trek het kantelraam dicht. Slaapdronken. Badjas en pantoffels aan. Voorzichtig op trap naar beneden. Eerst naar het toilet. Twee knopen los, van badjas en pyjamabroek. Neem sjaak in hand. Laat plas los. Lekker warm, de straal. Doorspoelen, handjes wassen. Ik zet schakelaar koffiezetapparaat aan en check op mijn telefoon de bloedsuiker. Die zit goed. Ik haal uit het keukenkastje diabeteshulpmiddelen, vervang de naaldjes van mijn twee insulinepennen en injecteer de juiste doseringen. Zij komt de keuken binnen.
‘Goedemorgen!’
‘Goedemorgen lieverd, lekker geslapen?’
‘Yep!’

Mogelijke conclusies: 1. de persoon die naast je slaapt weet de weg in huis. 2. Sjaak is geen persoon maar leidt soms een eigen leven en is toch je beste vriend. 3. Er wordt koffie gedronken in de ochtend. 4. Er is meer dan 1 keukenkastje.