‘Gaat u zitten. Met wie heb ik het genoegen?’
‘Piet.’
‘En van achteren?’
‘Ook Piet. De kinderen herkennen me allemaal, van voren en van achteren.’
‘Ik bedoel uw achternaam – koffie?’
‘O. Zwart.’
‘Alstublieft.’
‘Heeft u melk? Ik houd niet van zwart.’
‘Maar u zei toch “zwart”?’
‘Ja, Piet Zwart.’
‘Heeft u ervaring?’
‘Zeker. Ik strooi in een of andere hoek: links, rechts, en het kan mij niet extreem genoeg zijn.’
‘Nee, we zoeken geen strooipiet, maar een veegpiet. Voor als de roetveegpieten gestrooid hebben.’
‘Maakt mij niet uit hoor.’
‘Maar u bent van kleur, dat wordt gezien als discriminatie…’
‘Dan schmink ik mij wel wit hoor.’
‘Dat zie je, Piet Zwart. Uw zwart komt er toch doorheen. Dat is discriminatie.’


Recente reacties