‘‘s Ochtends neem ik een koude douche of een ijsbad. Ook ga ik regelmatig naar de gym.’
‘Koud douchen vind ik vreselijk en een ijsbad ook. En dat gedoe met die gewichten… zo slecht voor mijn rugspieren.’
‘O ja. Hoe is het daar nu mee?’
‘Vreselijke pijn links. Of is het nu rechts? Gek hè, links en rechts, ik haal het altijd door elkaar; denk in spiegelbeeld of zo. Ik heb nu speciale balsem. Heet joh! Je staat gewoon in de fik.
Wacht even, Jaap vraagt wat. “In het kastje met die spiegel erin, Jaap. Links, naast die andere pot.”’
‘Waarom schreeuwt ie nu?’
‘Ach, hij heeft zadelpijn, smeert zich in met uierzalf… Mannen kunnen niet tegen een beetje pijn.’


Links is waar je duim rechts zit heb ik ooit geleerd.