– Heb je zin?
– Ik heb altijd zin.
– Dat heb ik al gemerkt.
– Waarom vraag je het dan?
– Wel, omdat je gisteren al…
– En misschien daarom vandaag niet?
– Had gekund.
– Ken je mij niet beter?
– Blijkbaar niet.
– Komt er nog wat van?
– Ben je gehaast?
– Jij begon erover, dus vooruit.
– Weet je het zeker?
– Jaaaaa, hou op met talmen.
– Hetzelfde als anders?
– Ja, liefst wel.
– Het hoeft niets steeds hetzelfde.
– Ik vind het fijn zo.
– Ik vind je een zonderling.
– Omdat ik het zo wil?
– Anderen kiezen voor variatie.
– Ken je veel anderen?
– Toch enkelen.
– Hebben ze smaak?
– Andere dan jij.
Heb je geld bij?
– Maak maar je geen zorgen.
– Vooruit dan maar. Bestel.
– Twee bollen vanille, alstublieft.
In een hoorntje.


Haha!
Het ijs is bijna al gesmolten! 😉
@Herve: ik was al bijna afgehaakt tot ik het slot las: leuk (en ook lekker)!