‘Herinner jij je de slijterij van oom Zacharias nog, Vreeswijk?’
‘Uiteraard, nicht Alida: “Slijterij Z. Schuit”. Drie keer raden hoe hij werd genoemd…’
‘Een innemende man, Vreeswijk.’
‘Dat kun je wel zeggen. Van jouw moeders kant waren ze allemaal innemend.’
‘Altijd vrolijk.’
‘Nee, een slechte dronk kon je hem niet verwijten.’
‘Hij moest toch weten wat ie verkocht?’
‘Vakkennis kon hem niet ontzegd worden, zoals zijn rijbewijs, nicht Alida.’
‘En tante Klaar…’
‘Die oude Klaar lustte ‘m ook wel. Ze had een bijnaam…’
‘Als broekie kwam hij binnen. Hij heeft zich toch maar mooi tot filiaalhouder opgewerkt.’
‘En nu wordt hij in de oven afgewerkt. Als stroganoff flambé gaat hij erin. De afzuiging durven ze vast niet aan te zetten.’


Buitengewoon bijzonder stukje. Met een dubbele bodem. Mooi.
Levja, dank je wel.