Waakstudent is het weekwoord van het Instituut voor de Nederlandse Taal: ‘Student die met name in de avond en nacht waakt bij onrustige patiënten om verpleegkundigen te ontlasten tijdens hun werk.’
‘Waken’ is nogal dubbelzinnig: ervoor waken dat, of ervoor waken dat niet? Beide correct, maar hoe vat je iets op?
Zo heeft waakstudent nog een betekenis: student die met andere studenten in daarvoor ongeschikte in kamertjes opgedeelde flats woont. En omdat hij tot diep in de nacht een feestje moet vieren ervoor waakt dat jij de slaap (niet) kunt vatten, waardoor je heel onrustig wordt. Trouwens, een feestje is er altijd wel. ’s Morgens vroeg dan maar uitgeput je ‘gekrulspelde’ vrouw als toverkol aan laten bellen bij de ontwaakstudent?


Ha Han, bedankt dat je me beter leert kijken naar de weekwoorden van het Instituut voor de Nederlandse Taal. Ik heb soms de neiging om te denken, lees ik later wel. En dan soms dus niet. Overigens vind ik het idee achter waakstudent goed. Om het laatste deel een glimlach.
Levja. Dank je. Goed idee, maar ik zit meer met de waakstudent in mijn maag.