‘Wat is er met jou gebeurd?’
‘Ik liep vanmorgen in mijn oude buurtje, de Ferdinand Bol. Op de Albert Cuyp staat een zangeres te zingen. Ik was goedgemutst en zeg tegen haar: “Dat moet je zo niet doen.”
“O nee?”
“Dat moet je een ander laten doen. Je zingt wel lekker, maar het komt een beetje rottig je strot uit” – een aardigheidje.
“Moet je me daarvoor het podium af laten komen, klootzak? Ik moet 200 uur zingen. Zal ik jou eens in elkaar rammen?”
Ze geeft me een hoek. Dus ik lag al vroeg te matten op de Ferdinand Bol. Waar is de humor, de gulle lach gebleven?
Morgen een röntgenfoto laten maken – heb je een rietje bij m’n biertje?’


Vrij naar Wim Sonneveld
Han, weer zo’n voorbeeld dat iedereen vrij is in geven van eigen interpretatie.
En ja, iedereen kan vrij naar Wim Sonneveld verwijzen.
Mooi, hoe je de verleden tijd en tegenwoordige tijd met elkaar vermengt. Welke stijlvorm is dit?
Voor mij doet de laatste zin afbreuk, weer een geval van vrijheid van schrijver en lezer.
Levja, het is mijn eigen stijl. Gewoon ‘een aardigheidje’ dat eindigt met naar alle waarschijnlijkheid een gebroken kaak.
Welk lied van Wim Sonneveld, dan?
Een conference. ‘De gulle lach’.