Ik kom uit een eenoudergezin: mijn moeder was jonger dan mijn vader. Verstandige ouders, pas na de basisschool begonnen ze aan kinderen te denken. Mijn moeder was heel klein. Vroeger noemden ze dat anders. Het zit in de familie, ik heb lang naar mijn oma gezocht.
Mijn moeder knuffelde me de hele dag. Maakte niet uit, we hadden toch allebei een krentenbaard. We waren arm, maar met de kerst hadden we kerstbrood met krenten.
‘Wat een koddig gezicht,’ zei de badmeester met zwemles toen ik met mijn moeder op mijn arm binnenkwam. De slager: ‘Mag die kleine een plakje worst?’ Ik heb spijt dat ik zei dat Sinterklaas niet bestond. Dat zeg je niet tegen een vrouw in de overgang.


Han alweer een maf verhaal. Heb je het luciferdoosje waar je oma in woont inmiddels gevonden?
Berdien. Nee, ze bleek in Madurodam te wonen.
Berdien. PS Mijn stukje ‘Afgedwaalde gedachten’ van deze week is dan weer serieus. Afwisseling bevalt me wel.
En weer een gulle lach. Bedankt Han.
Met deze dagen is dat bij mij schering en inslag. Een gulle lach en een stille traan. Geen traan om dit stukje, hoor.
Levja, geen dank. Samen lachen lacht lekkerder! Fijne dagen!