‘Je weet toch wel wat voor dag het is, Vreeswijk?’
‘Ja, nicht Alida. Ik loop nog niet met molentjes. Het is dinsdag.’
‘Het is een speciale dag.’
‘Hoezo? Zoals iedere dinsdag heb ik de badcel schoongemaakt, het balkon ontdaan van de duivenpoep, dat gelijk weer onder zit…’
‘Het is Internationale Vrouwendag, Vreeswijk!’
‘Daar heb ik niets mee.’
‘Maar ik wel.’
‘Hoe dan? Trek je je roze steunkousen weer aan, Alida?’
‘Help je me even?’
‘Neen. Duizenden vluchtende vrouwen en kinderen lijden kreunend en steunend in de koude, en jij begint over roze steunkousen? Doe toch niet altijd zo egoïstisch, Alida. Als jij nu de piepers jast en de andijvie wast – twee keer graag – dan kan ik eindelijk mijn krantje lezen.’


Tja, Vreeswijk en vrouwen.
Is ooit zijn voornaam wel eens genoemd?
Levja, volgens mij niet.
Vreeselijke man.