‘Hoi oop.’
‘Ha die Tijl, geen zin meer om buiten te spelen?’
‘Ik wel, maar de andere jongens niet meer; ze kregen het koud.’
‘Jij niet?’
‘Ja, maar dat ga je toch niet zeggen. Wat ben je aan het doen?’
‘Ik schrijf.’
‘Zomaar?’
‘Nee, het zijn herinneringen.’
‘Herinneringen?’
‘Ja, leuke voorvallen of soms ook nare dingen die vroeger gebeurd zijn,’
‘Wat je nu schrijft is dat leuk of naar?’
‘Toevallig allebei.’
‘Waar gaat het dan over?’
‘Over iets dat op een exercitieterrein van een kazerne is gebeurd.’
‘Wat dan?’
‘Ik zat in een groep die aan het marcheren was en ineens viel de commandant dood neer.’
‘Wat is daar leuk aan?’
‘We mochten pas ophouden als hij “halt” had gezegd.’

Willem, een prettig gesprek met een kleinzoon.
Ja Han, een verzonnen kleinzoon kan ook heel fijn zijn.