“Toe (H7, dicht), meneer (V4, manspersoon). Genade (H9, vergeving).”
Hierna (V10, na het genoemde) had ik streng (V6, ontoegeeflijk) moeten zijn, hem de mantel (H3, overjas) uitvegen en de teneur (H4, strekking) zetten en zeggen dat ik als advocaat (V8, pleiter) wens aangesproken te worden met ‘meester’. Een tel (V7, zeer korte tijd) later en hij had Edgar (V9, jongensnaam) gezegd.
“Fris (H6, koel) was je niet, hé, Otto (H7, jongensnaam), toen je zondag (H10, rustdag) een race (H8 autowedstrijd) hield met je slee (V9, wintervoertuig) en de bestuurders van die tandem (V7, dubbele fiets) overhoop en naar de hemel (V2, uitspansel) knalde. Een Ale (H4, Engels bier) teveel? Ik luister, ik heb een zee (V4, groot water) van tijd.”


ik word helemaal 2 dimensionaal. Maar waar ik van baal, vanwaar meteen de antwoorden, zowel horizontaal als verticaal? Misschien werd het anders wel een te groot hersengemaal.