De overige ouderlingen waren eensgezind. Mijnheer Verstaags trillende collectemand was al niet uitnodigend voor de zeer gewenste giften.
Tijdens de paasviering liet hij bovendien de volle mand vallen. Munten werden nog dagen erna onder koorbanken teruggevonden. Het was klaar.
Mijnheer Verstaag diende vervangen te worden door een nieuweling onder de ouderlingen. De diaken had de lastige taak gekregen om Verstaag dit mede te delen. Die nam het niet best op.
‘En wie is de verrader die mij gaat vervangen?’ Verstaags borstelsnor en handen trilden synchroon.
‘We denken aan mijnheer Terbroek. Hij verving u een aantal keren tijdens uw ziekteverlof.’
‘Terbroekkie, die tollenaar! God verhoede. Als belastingambtenaar was hij al van het geld aftroggelen. Tel uw zegeningen, diaken. Tel ze alle.’


Mooie invalshoek H2O, de nieuweling onder de ouderlingen, leuk gevonden.