‘Neen, nicht Alida, je hebt het foutief opgeschreven: “Tompouces voorbij de koffie.”
De koffie kon ik vinden in het schap, maar de tompouces niet, verderop.’
‘Die liggen ook op de gebaksafdeling. Maar het is toch voorbij de koffie, Vreeswijk?’
‘Neen, anders was ik wel met tompouces thuisgekomen, Alida.’
‘Je lijkt wel de belastingambtenaar die ons als voordeurdelers bestempelt.’
‘Je had ook je directoire van de waslijn moeten halen, Alida!’
‘Die hing toch voorbij de voordeur? Nog nat.’
‘Dat is ie altijd.’
‘Kopje koffie, tompouce erbij was lekker geweest met Koninginnedag.’
‘Koningsdag, Alida.’
‘De derde kreeg je gratis cadeau; hadden we kunnen delen. Of mag dat ook al niet? Maar ja, dat is nu voorbij.’
‘”Gratis cadeau” is tautologie, Alida.’
‘Wie…?’


Lekker stukje met veel woordgrappen, Han.
Ewald. Dank je. Je moet toch wat nu je met dit weer niet op een terras kunt zitten.
Ewald. Ik zag trouwens een advertentie: ‘Lekker voorbij de koffie.’ En van een cosmeticabedrijf: ‘Uw gratis cadeau.’
Han, dan heb je je eigen fantasie nog maar nauwelijks nodig.
Weer grandioos Han!
Willem, dank je wel!