Onlangs wees E., één van de veelschrijvers, me erop dat ik ruim vierhonderd stukjes geschreven heb op deze site.
Dat zijn bijna 17. 000 woorden. Best veel.
Ik schrijf eigenlijk vooral voor mijn eigen plezier, reacties zijn leuk, maar niet persé nodig.
Privé stuur ik mijn stukjes ook aan zo’n vijftien mensen rond. Ook daar geldt: wil je iets zeggen, ga je gang. Maar het hoeft niet.
Mijn schoonmoeder reageert wekelijks. Ze zegt altijd iets liefs.
Maar toch mis ik mensen. Schrijvers die voorheen trouwe inzenders waren, met welk themawoord dan ook.
Waar zijn zij heen? En hoe breiden we ons schrijversgezelschap uit?
Kan iemand daar een onderzoekje naar doen? En heb je verder nog ergens hulp bij nodig, @Frank?

Lisette, afgelopen zomer heeft op deze site twee maanden lang de oproep gestaan om in een vergadering mee te denken over de toekomst van 120 woorden. Slechts vier schrijvers, waaronder jij en ik, waren zo enthousiast daaraan deel te nemen.
Misschien herinner je je nog dat ik diverse ideeën om nieuwe mensen aan te trekken op schrift heb gesteld. Frank heeft dit aan jullie doorgestuurd.
Een vernieuwing van de site staat op de planning; wanneer dit wordt gerealiseerd zal van Franks agenda afhangen. Per 1 januari hebben Hadeke en ik al enkele taken van Frank overgenomen.
Waar alle schrijvers van vroeger zijn gebleven heb ik ook geen idee van. Het is hier inderdaad erg stil geworden vergeleken met enkele jaren terug.
Omdat ik nog niet zo lang actief ben hier, hoef ik niet 1,2,3 op de voorgrond. Wel vind ik het belangrijk dat er idd geschreven wordt, liefst elke week. Sommige mensen kan ik enthousiast maken, anderen lezen maar doen zelf niet mee. Wellicht nog maar weer een wedstrijd aankondigen waarmee je een (verjaardags)taart kunt verdienen of zo. Ik blijf want het is ontzettend leuk. Grt.
Wekelijks of maandelijks iets schrijven lukt me niet. De ene periode heb ik meer tijd en inspiratie dan de andere periode. Lezen en reageren doe ik wel wekelijks. Het blijft leuk.
Ik wil wel reclame maken op Facebook en Twitter, hoor.
@Ewald, @Luc, #Lousjekoesje: dank voor jullie reacties. Altijd fijn als mensen meedenken.
Ik heb overigens jouw ideeën niet gekregen via Frank.
Beste Lisette, op zondag 6 september, om 21.23 uur, heeft Frank een mail gestuurd aan jou, Hadeke, Luc en mij, om ons te bedanken voor onze deelname aan de Zoom-vergadering. Daarbij heeft hij mijn ideeën ter verbetering c.q. vernieuwing van de website als bijlage toegevoegd. Ik zal je die mail nog een keer toesturen. Dat ik noch van Frank, noch van jullie drieën enige reactie daarop heb gehad, vond en vind ik zachtjes gezegd toch wel teleurstellend.
Het wordt nu wel heel spannend!
Weinig spannends aan toe te voegen, Mien. Lisette en ik hebben vanmiddag via de mail contact gehad, een en ander opgehelderd en ook weer helemaal bijgepraat. Vervolgens hebben we elkaar een goed weekend gewenst en datzelfde wens ik jou bij dezen ook.
Ha Lisette (en anderen), ik ben hier nu ruim een jaar actief (met lezen en schrijven). Als ik het niet leuk zou hebben gevonden, was ik allang vertrokken. Ook mij valt het op dat het vaak dezelfde (<10) dezelfde personen zijn die schrijven. Dat mogen er van mij ook best meer zijn/worden, maar ik ga niet 'werven' (hooguit vertel ik wel eens om me heen dat ik op deze site zit). Prima dat je dit aankaart; ik hoop dat wat lezers zich aangesproken voelen om ook eens wat te publiceren. Hgr, Willem
@Willem: bedankt voor je reactie. Actief werven hoeft van mij ook niet, hoor. In de goede oude tijd (sprak oma….) ontstond er een natuurlijke aanwas. Maar die is inmiddels aardig geslonken.
Mijn inmiddels bekende (maar niet echt geliefde) standpunt is om het aantal stukjes per week te beperken tot hooguit twee pp. Ik denk dat het aanbod diverser wordt: we hebben allemaal een eigen soort schrijfstijl of vertaling van het weekthema. En ik denk ook dat het meer toegankelijk wordt voor nieuwe kijkers op de site. Maarja, een echt onderzoek hiernaar is dus nog niet gedaan.
Ik constateer een tegenstrijdigheid, Lisette. Je plaatst een column met de titel ‘Collega’s gezocht.’ Daarin constateer je dat het aantal 120w-schrijvers is afgenomen. Verder schrijf je: ‘… En hoe breiden we ons schrijversgezelschap uit? Kan iemand daar een onderzoekje naar doen?’
Vervolgens schrijf je aan Willem: ‘Actief werven hoeft van mij ook niet, hoor.’
Het is of het een, of het ander. Of actief nieuwe schrijvers werven, of lijdzaam afwachten in de hoop dat er vanzelf weer meer nieuwe schrijvers opstaan.