‘Ze houdt van me, ze houdt niet van me.’
Ik zit in de bijna lege stal, waar ooit het pluimvee rondscharrelde. Bloemen bloeien in het weiland.
‘Houdt van me, houdt niet van me.’
Ik heb het bedrijf overgenomen van mijn vader na zijn overlijden. Het zat al snel aan de grond. Geen broers, geen moeder, geen familie.
‘Houdt van me, houdt niet.’
Het weinige personeel dat ik had vertrok. Ik heb de gave niet om mensen aan mij te binden.
‘Houdt wel, houdt niet.’
Tot ik haar tegenkwam, bij de wekelijkse dansavond. Zij kan mij aan. Misschien is het wederzijds.
‘Wel, niet.’
Een laatste ruk.
‘Niet.’
Voorzichtig zet ik mijn laatste kip weer op de grond en laat het lopen.


@Hadeke: helaas kun je van een kale kip geen veer meer plukken. Braden dan maar?