‘In die zin, bedoel ik dus.’
‘Welke zin? Die moet je me wel aangeven, in zoeken heb ik geen zin.’
‘Nee, ik bedoel niet een bepaalde zin, maar de zin van een zin.’
‘Welke zin?!’
‘Een thematische zin met popcorn erin, dat is geen onzin.’
‘Met popcorn erin, heeft dat wel zin?’
‘In welke zin?’
‘Je vorige zin.’
‘Het is de zin die ik verzin.’
‘Waarom zou je een zin verzinnen met gebakken lucht erin?’
‘Een thematische zin met popcorn erin, is een zin met gepofte maïs erin.’
‘Popcorn staat er vier keer in.’
‘Het plopt erin in menige zin. Zie de zin in thematische zin ervan in. In die zin is de zin om zinnen te verzinnen geenszins onzin.’


Recente reacties