Tijdens een potje schaak riep de nar plotseling uit: ‘Sire, ik ruik vaag de geur van popcorn en ik krijg er ontiegelijk veel zin in. Voor u ook wat meenemen? Zoet of zout?’
‘Wat is dat voor spul, die eh… hoe noemde je dat? Copporn?’
‘Popcorn, majesteit, gepofte mais. Lekker! Ik neem van allebei wel wat mee.’ En weg was de nar.
Terwijl de koning de stelling bekeek – hij ging weer verliezen – vroeg de nar aan de kinderen van de kok om wat bakjes voor hem te vullen.
Met een vol opdienblad verscheen hij even later weer in de tuin.
‘Sire, dit is nu popcorn. Hoe vindt u het smaken?’ Hij zette twee bakjes bij de koning.
‘Hm, nogal volks.’

Ik hoor het de koning zeggen.
@Levja, 🙂