‘Dat mens van nummer achttien loopt door de gang met een gezicht als een oorwurm, heb jij gehoord wat er met haar aan de hand is?’
‘Geen idee maar iedere zondag komen de kinderen en kleinkinderen bij haar op visite, ik wou dat ik dat geluk had.’
‘Die lange vrouw die bij mij aan de tafel zit met rummikuppen denkt dat ze depressief is geworden na de dood van haar man.’
‘Dat is toch al lang geleden dat hij werd opgehaald? Ik zie het nog zo voor me. Maar ze kan dan toch gewoon meedoen aan de spelletjesmiddag en beter bewegen?’
‘Ja joh zo is het, wij zijn uiteindelijk ook doorgegaan Toos. Mis jij jouw Jan eigenlijk nog wel eens?’

Recente reacties