Jaap zit niet meer naast Joop. Het had ook andersom kunnen zijn. Zelfde leeftijd, ander lot.
‘En nu begin ik ‘m te knijpen,’ zegt Joop. ‘Waarom hij wel en ik niet?’
‘Dat moet u niet denken. Geniet van het leven.’
‘Nou, dat doe ik zeker. Ik heb weer een pakkie shag gekocht.’
‘Niet verstandig.’
‘Nee, je verstand kwijtraken door kalk, dat is verstandig. Opgeborgen worden…’
‘Kalk?’
‘Ja, Jaap heeft aderverkalking. “Hij loopt met molentjes,” zeiden we vroeger. Dat klinkt prettiger. Bij kalk denk ik aan mijn wit uitgeslagen waterkraan. Ze hebben hem opgeborgen, zoals ouderwetse flanellen lakens in een linnenkast die nooit meer worden gebruikt.
Dan steek ik nog liever de moord door shag en jenever. U nog een borreltje?’


@Han. Met molentjes lopen … Wonderlijk eigenlijk dat bepaalde uitdrukkingen en gezegdes in relatief korte tijd uit het spraakgebruik verdwijnen.
@Ewald. Ja, ouderwetse uitdrukkingen hoor je steeds minder. En dan zijn er ook nog die in kleine kring, bijv. binnen je familie of gezin, werden gebruikt.