Een vroegere vriendin. In de supermarkt botsen we zowat tegen elkaar op. Haar starre glimlach bereikt haar ogen niet. Ongemakkelijk vraagt ze hoe het met me gaat.
‘Het gaat niet goed’, zeg ik. ‘Ik weet niet wat me overkomt. Mijn verleden haalt me in en de eenzaamheid nekt me. Ik voel me net een gekooid dier, de nachten zijn een hel. Doodsbang lig ik wakker.’
‘Tja’, zegt ze. ‘Vervelend. Weet je, ik ben een positief mens. Mijn glas is altijd halfvol. Als ik jou hoor, lijkt jouw glas altijd halfleeg. Vermoeiend hoor. Ik zie het als een keuze. Bekijk zaken eens van een andere kant.’ Ze glimlacht minnetjes, ervan overtuigd dat ze me een helpend inzicht geeft. ‘Fijne dag verder!’

Tja, Elka, het is zulk prachtig weer buiten en je hebt een mooi gezin, gezondheid en een dak boven je hoofd. Ik noem het de Teletubbie-adviezen (het zonnetje lacht, de lucht is blauw)
Tja, niemand die wil of kan luisteren, zonder oordeel.