Ik vind ‘gesel’ een pathetisch woord, passend in een Bouquetreeks-romannetje. Met hitsige monniken en geile nonnetjes.
Een jonge monnik met half ontbloot bovenlijf, staat in een stromend bergbeekje, zich overgietend met het koude water en zichzelf kastijdend met de geselkat. Striemen verschijnen op zijn gespierde lichaam.
Elke keer dat de gesel zijn billen raakt, trekt er een lichte rilling door zijn lichaam. Hij was gewaarschuwd zedig te blijven. Maar hij heeft moeite om zijn gebeden te blijven herhalen. Hij moet wel harder slaan om niet toe te geven aan de gedachten die bij hem opkomen.
Het nonnetje dat verderop bessen plukt, ziet de jonge gespierde monnik. Zij kan haar ogen niet van hem afwenden. Haar boezem zwoegt in haar habijt …


Elsbeth, dit stukje schreeuwt om een vervolg.
ik zal mijn best doen @Ewald Hagedorn. Ben zelf ook benieuwd waar dat het verhaal van de gespierde monnik en het jonge nonnetje met zwoegende boezem naar leidt …