Het stond bij mijn ouders op de deel in de bijkeuken; levertraan soms wel een paar flessen, geel en vettig. Wij zagen met lede ogen de zomer verglijden en de herfst zijn intrede doen want dan kwamen de flessen naar beneden. ’s Avonds na het eten stonden we op een rij. Drie zussen, twee broers en ik. Onder de bezwering dat een zekere weerstand tegen allerhande virussen erg nodig is, moesten we er aan geloven en lurkten we een voor een het gele vocht van dezelfde lepel. We sloten onze ogen, hielden de adem in en knepen onze neus dicht. De smaak bleef in je keel hangen tot je naar bed ging en was pas weg na het tanden poetsen.


ik proef de weerzin met je mee